Positieve indicatoren

Zodra duidelijk is welke competenties essentieel zijn voor een effectieve  uitvoering van de functie, en hoe deze gemeten zullen worden (via testbatterij, vragenlijsten, gesprek en/of praktijksimulaties), is het Assessment ingericht. In sommige gevallen zullen voor die competenties die via praktijksimulaties beoordeeld gaan worden, nog gedragsindicaties geformuleerd worden. Twee voorbeelden daarvan geven we hieronder weer. Daarmee is onze uitleg van wat een volledig Assessment inhoudt, voltooid.

Probleemanalyse, en in verband daarmee Luisteren: Positieve gedragsindicatoren (niet uitputtend)

  • de kandidaat stelt korte en gerichte vragen in de breedte, waardoor er goed zicht wordt verkregen op wie en wat er allemaal betrokken is/zou kunnen zijn in de gegeven situatie;
  • de kandidaat stelt korte en gerichte vragen in de diepte en vraagt ook goed door, waardoor hij naar de kern van de zaak gaat;
  • de gestelde vragen vertonen samenhang en hebben een duidelijk doel;
  • de kandidaat luistert en pikt informatie op, (want) geeft adequate samenvattingen van wat hij gehoord heeft, toetst of zijn samenvattingen kloppen, vraagt zo nodig verder door en geeft zo nodig een gevoelsreflectie.

Overtuigingskracht, en in verband daarmee, Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid: Positieve gedragsindicatoren (niet uitputtend)

  • de kandidaat formuleert verschillende steekhoudende argumenten om zijn standpunt(en) te verdedigen;
  • de kandidaat anticipeert op kritiek en weerstanden bij anderen, (want) is bij kritiek in staat om zowel mee te bewegen/af te stemmen als vlot een antwoord te geven, eventueel onderbouwd met nieuwe en steekhoudende argumenten;
  • de kandidaat wisselt informatie zenden en luisteren en doorvragen op een evenwichtige manier met elkaar af;
  • De kandidaat spreekt vlot en geanimeerd, brengt structuur aan in zijn betoog, benoemt de essentie en gebruikt voorbeelden om zijn betoog te verduidelijken.